#252

ana roelofs-gedicht 252

 

 

de wolkenbeesten zongen de boventonen,
de kaal geslagen bossen bleven akelig
stil was de gouden leeuw op de voorplecht
hij droeg een kroon van verdronken vogels

 

en twee brandende zwaarden aan zijn zij
met het mes op tafel en de vingers
van de nacht aan de deur navigeren we

 

verderweg bevroren botten wegbereiders
wees een beest in een andere tijd, een
langzame tijd en word nooit meer een mens

Share

Schrijf een bericht

21 september 2019 Geen categorie