#251

ana roelofs-gedicht 251

 

 

de tranen van de beduimelde deurkruk
hield ik voor gezien, de angelieke
verwijzingen van de kreupele kikker
voor ongehoord ik spoog appelpitjes

 

in de mond van het stomme zeemonster
en giechelde dat het sterrenstof op zijn
klauwen in gore angstzweetsokken in

 

andermans kamers het intieme parfum
van omgevouwen schaamte verwisselde
voor alle verlangens van mijn kleinste teentje

 

Share

Schrijf een bericht

29 augustus 2019 Geen categorie