#249

ana roelofs-gedicht 249

 

 

hoofdstuk 36 voor het ranonkeljaar van ooteoote

 

de vogels wilden de anale geluiden
der vochtige, aarsgeurige ondergang
verhullen mysterieuze rillingen als
verspringende schaduwen in het rotte hout

 

door vereniging van steen en boom ruiste
een gore jungle van verzopen botten diep
in de modder van besmette melktrosjes
in de kuil van schatgravende scharrelaars

 

kwam de wanorde op de grond op ramkoers

 

Share

Schrijf een bericht

10 augustus 2019 Geen categorie