#236

ana roelofs-gedicht 236

 

 

Het ligt niet in de aard van mijn heilig
surrealistisch huisdier om tevreden
voor zich uit te staren, van alle kanten
loert gevaar en de monstertjes zingen

 

een treurlied over vaders versleten
duivenhok waar kwetsbaar en verlaten
de oude vogels dansen als ratten in
de val nu de zomer voorbij is en

 

ik hier weg moet zit het gruis tot diep in
mijn haarwortels, nog groen valt de nacht die
ruikt naar vermoorde bomen, ademloos

 

wachten de ongeborenen en verdwijnen
te vondeling gelegde eendagsvliegen in
september uiteindelijk in de troost van pijn

Share

Schrijf een bericht

14 september 2018 Geen categorie