#229

ana roelofs-gedicht 229

 

 

Nooit waren ze zo mooi en ik ben het echt zat
altijd die verwarring, altijd chaos en gekte
alsof ik het bijna begrijp maar toch net niet
dat hun liedjes mijn keel dichtknijpen vergeefs

 

zing ik voor de goudvis, zwijg ik de deur op slot
dansen de monstertjes het hele kansspel lang
van wierook en van dood en gooi ik mijn schoenen
alvast het raam uit om daarna thee te zetten

 

de suiker in mineur zal me veranderen
in een moordenaar ik zing een warm lichaam
om het toeval heen met mijn ogen dicht is

 

de misdaad al gebeurd in de zon van gisteren
was ik de vreemdeling met het halve verhaal
nu alles klaar staat is er geen houden meer aan

Share

Schrijf een bericht

27 april 2018 Geen categorie