#228

ana roelofs-gedicht 228

 

 

Toch zullen we de wind onder jouw vleugels zijn
gillen de monstertjes op de keukenvloer en
ze prikken spelden in konijnenbeeldjes om
de pijn te verdoven van doorgeladen haat

 

waartegen gedaanteverwisseling niet helpt
hun tongen van plastic likken achterstevoren
hun ruggen vol luizen als een vuige deken
lijkt het licht van ijzer onbuigzaam gesloten

 

op de lege tafel staat de sterrendoos klaar;
tijd om te vertrekken, het raam uit te waaien
geen herinneringen, geen naam, geen steen, geen graf

 

ik zal geen ruggespraak met de monsters houden
jij hebt alles verpest hun stemmen hard als glas
nog nooit waren ze zo mooi; ik ben ze helemaal zat

Share

Schrijf een bericht

4 april 2018 Geen categorie